Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 443

töen te Parijs onthoudende, oordeelde, datdeOorlog tusfchen Engeland en de Veréénigde Gewesten hem ten trap kon dienen, om den Throon zijns Vaders optellappen. Hij liet den Staaten voorflaan, dat hij gaarne, zonder eenigen tytel, zich op hunne Vloot zou infchepen , en dat hij niet twijfelde aan den goeden uitllag deezer onderneeminge. Hij hadt neg een groot getal aanhangers onder de Bevelhebbers der Engelfche Vloote. Op het hooren zijner tegenwoordigheid zou eene menigte zich onder zijne Vaandels begeeven. Het ininlle uitvverkzel, 't geen te wagten ftondt van zijne fchieh'jke opdaaging , was, dat de Engelfchen bevreesd en flauwraoediger zouden worden, wanneer zij te llrijden hadden tegeneen Vorst, wien de geringde voorfpoed , ja de miDfte omwenteling, den weg kon baanen tot de Koninglijke Waardigheid , waar toe zijne geboorte hem geregtigde, en de wensch van een groot gedeelte des Volks hem

riep. In den eerden optlag hadt dit plan iet

fchitterends en verblindens. Het Volk kreeg 'er de weet van, en keurde het met zo veel te meer drifts goed, dewijl het de verheffing des Prinfen van Oranje kon verhaasten. Maar de Tegenjladhoudersgezinden befchouwden dit ftuk uit een ander oogpunt. Zij vreesden te zeer voor die verheffing, om 't oor te leenen aan iets, 't welk dezelve zoj kunnen begunstigen. De Witt toonde, dat men , in de belangen van eenen ontthroonden Vorst treedende , zonder hem geen Vrede zou kunnen maaken ; dat een zi verhaastte ftap niet misfen kon, de Parlementsgezinden

StaatsRegee-

r'ng.

Koning Carel de II. wil op de Vloot der Staaten zich infenepea:dit wederhouden.

J

Sluiten