Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Staats» Regee ■

ring,

46a GESCHIEDENIS

de Koning ook óm bijftarid aanhieldt. Eenige Gèwesten hadden 'er ooren na. Zelfs werd aan een Schot sch Edelman, Strachan, die beloofde, in eenige Graaffchappen ópftand te verwekken , en een gedeelte der Vlootvoogden ömtekodpen, eenig Geld ter hand gefteld (*). Doch die wijze , van Engeland te beoorlogen, flrookte niet met het plan der Hollanderen, die thans het roer der Regeeringe in handen hadden, 't Zij ze een einde begeerden te zien aan deezen lastigen en drukkenden Oorlog ; 't zij ze vreesden, dat de verheffing van Carel den II. op den Engelfchen Throon ten middel zou dienen, óm den Prins van Oranje te verheffen, en hoope hadden op eenen Vredehandel met het Parlement, thans gelukkig oorlogende •, 'er werd beüoten , gehoor te geèven aan de voorllagen van 't zelve, welke gelijktijdig met; die van 's Konings wege fchijneü gedaan te Weezen. Të meer neigde men hier toe, dewijl de Parlementsgezinden zelve dén Vrede begeerden. Deezen bemerkten , in 't einde ; dat de noodzaaklijkheid, om de belastingen te vermeerdeTen, 's Volks misnoegen zou gaande maaken. Zij begonnen te vreezen , dat de volduuring desOorlogs zou ftrekken,om de Partij van 't Huis van Oranje in de Ferêénigde Gewesten , en van 't Huis van Stuart in Groot - Brhtanje, te verfterken. Cromwell, de oogmerken der Berokkeners van deezen Oorlog tegen

(*) Capelle Gedenk/ II. D. bl. 395 396.

Sluiten