Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

seb NEDERLANDEN. 4Ö3

gen hein doorziende, verlangde het einde, om zijn Staatzugtig doel te befchieten.

De tegenwoordige Regeering van Engeland en der Veréénigde Gewesten hadden over en weder verRandhoiiding. De Raadpenhonaris de Witt , en eenige andere bekwaame Mannen, door de Algemeene Staaten tót die heimelijke verftaudhouding gefchikt, ontdekten , dat men in Engeland den Oorlog moede was. Zij bragten dit nieuws , op den achtienden van Lentemaand , ter Vergaderinge van Holland, ontdekkende, naa dat de Leden den Eed van geheimhouding hadden afgelegd, hoe zij, van goederhand , berigt. Waren, dat men in Engeland, naa den jongden Zeeflag, fterke neiging getoond hadt tot den Vrede. Dat eenigen der eerlijkften en aanzienlijkften zelfs begeerig waren , om , ten dien einde , herwaards te zenden ; doch dat zommigen twijfelden, of daar toe wel genoegzaarae geneigdheid zou gevonden worden bij deezen Staat. Dat hierom der Vergaderinge in bedenking gegeeven werd , of het ookgeraadenzou zijn, deezen verkeerden waan weg teneemen , en eenen Brief na Engeland vz. zenden, door welken zij, die denken mogten, datdeezeStaat afkeerig ware van den Vrede , beter onderrigt mcgten worden. Doch, dewijl men vreesde , dat deeze voorflag niet zou goedgekeurd worden bij de andere Gewesten , onder welken veelen het vuur des Oorlogs aanbliezen, befloot men , dit voomeemen bedekt te houden voor de overige Bondgenooten. pyden verklaarde zich tegen deezen flap, als flrijdig M » msï

StaatsRegee-

ring.

De S tasten van Holland rchrijven'. ia Enge'and.

Sluiten