Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN, tf)

waren , naar 't oer "ee! deezer hoogverlichte Mannen , v'eeschiïez'nde Meclchen , aüeen zich bemoeiende met den Koophandel en de zaaken deezer Wereld; meH moest een begin maaken met dit onheilig GeLtecht van d;n aardbodem te verde'gen, eer m.n h groote werk begon, waar toe de Voorzienigheid de Heiligen riep, te weeten de nitruoijin^ van den Antichrist, den Mtnsch der zonde. Groet was de verwondering der Afgezanten van de Scaaten, dat zij niet alleen als Vijanden van Engeland, maar ook als Vüsrde.1 van Christus befchouwd wer len : zij wisten niet, of zij zich meest moesten verbaazen over de de,ie geestdrijverij, of over de buitenfpoorige zotheia deezer in aanzien verhevene Dweepers en Veinsaard?. Gelukkig hadden zij 't meest te deen met den Raad van Staate , gewend aan eene taal, met de gewoone beginzelen der Staatkunde frrookende. Doch zij lieten niet na, zich, zo veel mogelijk, te fciiikken naar den frnaak en taal dier tijden. Hunne aardpraaken waren vervuld met hartroerende bewoordingen en zinspelingen op gefchiedenisfen van 't Oude en Nieuwe Testament. Zij vergeieeken den tegenwoordigen Oorlog bij het fnood bedrijf der Mirtianiten, die z'ch met hunne eigene wapenen doorfidetten; bij bet onheil van Israël, toen Ephraim zich tegen Mar.asfe , en Manasfe tegen Eshraim aangordde, en die beiden tegen Juda. Vee! beter, zeiden zij, ware het, dat wij één lichaam met het Volk Gods uitmaakten (*).- Dus- (*)Hcms, Ch.LXI.Ferè.v. Bev.p. 14.26.Sc. 16^.168.

Ml

StaatsRegee-

Rl> C.

V: -nde «al . ge' voerd ccor ca Parlementsleden in Engeland,

Sluiten