Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 473

„ Prins van Oranje, Kleinzoon van wijlen den Ko„ ning van Engeland, noch iemand van zijne Naa,, komelingen, ooit zouden, aamtellen tot Capitem,, Generaal, Stadhouder of Admiraal."— Alsmede, ,, dat de Staaten geene Oorlogfchepen, dan eer „ bepaald getal, buiten bewilliging van Engeland, ,, in de Brittannifche Zee zouden mogen houden." De gelastigde Heeren bleeven niet in gebreke, om uit' tevaaren tegen de fchreeuwende onregtvaardighejd deezer eifchen. De uitüuiting des Prinfen van Oranje van de Waardigheden , door zijne Voorzaaten bekleed, was de zaak der Staaten , waar mede de ■Engelfchen zich zo min te bemoeijen hadden , als die, om fcnikkingen te maaken op de verkiezingen in Engeland, Wat de bepaaling der Scheepvaardij be' trof, deeze hielden zij van zuik eene natuur , dal men't geenen Slaaven zou vergen, die te belooven. De Engelfchen gaven ook op alle de Artykelen niet weinig toe; doch bleeven op-de uitfluiting des Prinfen van Oranje_aandringen (*).

In deezen flaat wasde onderhandeling, toen Cromwell de bovengemelde waardigheid van Protector werd opgedraagen: eene gebeurtenis, üiedeVredes onderhandeling meer fpoeds gaf. Thans met der; tytel van Zijne Hoogheid in 't bewind derRegeeringe getreeden, toonde hij zich handelbaarder dan voor heen: hij begreep , hoe zeer de Vrede kon dienen ,

orx

(*) Verbaal van Beverningk, bl. 197. al6. 228. 234, 240.242. AirzEiiA, III. D. bl, 855'-85i. 903-910.

Staats.

RegeE' hing.

/

Cromwellvordert, dat Holland alleen den Prins vsn Orame uitlluite.

1654.

Sluiten