Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Staats-

Regee.

rln.g,

Cromwelldringt onverzettelijk aan op de uitfluiting ' des Prinfen van Oranje.

47fJ GESCHIEDENIS

„ «Mander in leeven ware ; als mede vergoeding ,, voor de fchade, geleden aan de Schepen , in de „ Zond aangehouden eu verkogt. Gemagtigden ,, zouden de fchade begrooten, welke men elkander „ in Oost - Indiè', Groenland, Muskovië, Brazil eu ,, elders 3 van den jaare MDCX1. af tot den achten3, twintigften van Bloeimaand des jaars MDCLIf. „ toe, mogt aangedaan hebben, welke men weder„ zijds elkander zou vergoeden. Eindelijk werd „ vastgelteld, dat allen, die door de Algemeene of ,, bijzondere Staaten tot Capitein- of Admiraal-Ge„ ner-aal, tot Veld roverlten of Stadhouder zouden „ aangefteid worden, gehouden zouden zijn dit Ver„ drag te btëedigen (*>"

Het groote werk des Vredes fcheen afgehandeld. De Algemeene Staaten, zich' verbindende, om allen, die vervolgens tot de Hooge Waardigheden van Capitein- en Admiraal -Generaal of Stadhouder zouden verheven' worden, dit Verdrag te doen beëedigen, onttrokken zich van de vernederende noodzaaklijkheid om den Prins van Oranje uittefluiten. Doch Holland kun dit niet bedingen, 't Was de afzonderlijke onderhandeling van dat Gewest, en de Staatkunde van 't zelve, aan welken men den Vrede moest toefchrijven. Zij hadden de heimlijke oogmerken van Cromwell weeten te-doorgronden , en niet getwijfeld, alleen dit gewigtig huk op zich te neemen,

om

(*) Gr. Plahaath. II.D. kol. 522. Aitzema, III. D» bi, 918. Verb. van Bevern. bl. 357.

Sluiten