Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 527

met het Gerneenebest in Oorlog waren. Eénderopmerkenswaardigfte dier gevegten was met een Algereimch Schip, voerende in de dertig ftukken en bijna driehonderd koppen, onder het bevel van een Amfterdamfchen Renegaat, Jan Leendertszoon. Deeze Roover llreedt met eene woedende dapperheid: honderd en twintig Msoren vielen rondsom hem neder, en hij zou met de andere Renegaaten den brand inde Kruidkamer geftooken hebben, hadden zij geen lijfsbehoud, anders den Renegaaten geweigerd, kunnen bedingen. De Ruiter landde , in 'Bloeimaand des jaars MDCLVI , eerst in 't Vaderland. De Engelfchen, verftendigd, dat hij Schepen onder zijn geleide hadt, in Spanje met Zilver belaaden , zonden eenige Oorlogfchepen, onder Withorn , om ze in Duins optebrengen. Maar, de Ruiter hun verklaard hebbende , dat hij de Schepen , zijn geleide toevertrouwd, tot het uiterfte zou verdeedigen, oordeelden zij het niet raadzaam, den ftrijd te waagem Hadden de Engelfchen de Ruiter weeten te verbaazen , 'er valt geen twijfel aan , of zij zouden zich weinig bekreund hebben, om een roof, die hun veel gelds , zeer noodig tot goedmaaking der Oorlogskosten tegen Spanje, aanbragt, te vergoelijken.

Dergelijke Zeetochten tegen de Roovers kostert zeker meer dan zij opbragten. 'Er zijn altoos onverfchrokkene en winstgreetige menfchen , die het rooven aanhouden, wanneer hooger Gezag het niet belet. De Staaten zogten daarom deeze Roofnesten door Verdragen aan zich te verbinden; doch werden'

StaatsRegee-

R1NG,

Sluiten