Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Staats-

R'egEE» ï11nö,

g93 GESCHIEDENIS

t, ik geen Verbond hadt met de.Staaten, én wanneet „ ik diep gevoelig was over hunnen afval; te Mun„ fier, zouden zc nu niet in Haat zijn, om te den*

ken aan een Verbond met Spanje tegen mij, alzo „ hij mij toen drong tot een Verbond, om .de Maa-

ten te onder te brengen; mij aanbiedende een ge}, deelté der Spaanfche Nederlanden, tegen de Plaat,, zen, welken wij op de Ferêénigde Gewesten ver„ overen zouden (*)•"

Deeze bedreigingen vonden te meerder ingangs, dewijl de Engelfchen de vijandlijkheden reeds hadden aangevangen. Men brak de Onderhandeling met Spanje af. De hulp van Frankrijk was den Veréi* pigden Gewesten nóodig. Schoon men niet veel (laats jnaatrte op den bnrfand, dien Frankrijk , uit kragt des jongst gefloten Verbands, moest leveren , was, egter, de verbintenis met dien Vorst van 't hooglle aanbelang, om dat men vreesde, dat hij zich bij Engeland zou voegen : het (hookte met .zijn belang, dat de Staaten met Engeland in Oorlog geraakten, om den eenen door den anderen te verzwakken. Dus zijn Verbintenisfen, alleen gegrond op eene voorbijgaande vreeze , zo min wel gevestigd als opregt. Lodewïjk. de XIV. oordeelde ook in deezervoege övcr de Ferêénigde Gewesten. „Ik betuig u,"fchreef hij aan d'Estrades , toen de Staaten de toegezegde

hulp

(*) d'Estrades, II. p 326. 345- 348. 553- 56>- 581. Dt Witt, Brieven, I. D. bl. 300. 3u. 34It3PS- enII. D. bl. 45- 49< 106 5°ï- 5IQ«

Sluiten