Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

StaatsRegee.

ring.

600 GESCHIEDENIS

westen te overmeesteren , waar van zij Lodewïjk den XIV. verdagt hielden , te keer te gaan. Van Beumngen fchroomde ook niet , aan 't Hof van Frankrijk te verklaaren, dat de onderhandeling niets anders geweest ware dan eene tijdverzuimende bezigheid van de eene en de andere zijde , ten einde elkanders oogmerken natefpooren (*). — Onze nieuwe Staatkunde is, gevolglijk, niets anders dan eene kunst , waar door men elkander in den weg tragt te zijn, terwijl men elkander overlaadt met betuigingen van vriendfchap: en, fchoon dit, in deeze foort van worfleling , het eenige wapen zij , waar van men zich bedient , kan, egter, dit wapen een groot kwaad afkeeren, zo het zich maar niet tegen den gebruiker zeiven wende. De voornaame behendigheid , in zulke gevallen, beftaat niet zo zeer in 't leggen van ftrikken, als wel in 't ontdekken van die zijns mededingers, om 'er tegen hem zeiven ge. bruik van te maaken. De Witt Haagde dus in het ontmaskeren der Franfche oogmerken , en het Franfche Hof in zo verre te ketenen, als 't mogelijk is, de Heerschzugt door Verbonden aan ketenen te leggen : en 't Gerneenebest verbondt zich tot niets, dat met zijne belangen ftreedr. Mat de Witt zijne toegenegenheid jegens Frankrijk ten breedflen uit, hij deedt het, dewijl hij begreep, dat men zich, in die hachlijke tijdsomftandigheden , jegens de Franfche magt niet te omzigtig kon gedraagen. Veelligt

be-

(*) d'Estrades, III. p. 30.

Sluiten