Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beu NEDERLANDEN. €#

kreeg in de Veréénigde Gewesten. — Dan de Weelde, als ook de Zedenverbastering, hebbe men hier min aantemerken yoor zaaken, op zichzelven ftaande , dan als hoedanigheden, aan vermeerdering en verminde* ring blootgeite'd. 'ris, derhalven, niet te verwonderen , dat het geen den Hollanderen van ouden tijde Weelde toefcheen , zulks niet was in de oogen det Vreemdelingen, die hier ten Lande kwamen. Deezen ftonden, in tegendeel, verlleldover de Zedigheid en Eenvoudigheid. De Ruiter was nooit zwieriger gekleed dan een gewoon Scheepskapitein: hij hieldt een Knegt, maar geen Koets. De Witt , die ge" zegd mogt worden het geheel Gerneenebest te beftuuren, en met de grootfte Vorsten handelde, hadt niets, het geen hem onderfcheidde van andere Regenten en andere Staatsdienaaren. Hij hieldt geen kostbaare Tafel, en bediende zich alleen van eene Koets bij het afleggen van Staatlijke bezoeken ; anders, evenals de geringde Burgers , dikwijls alleen te voet gaande. Geen wonder, dat een klein Volk, zo grooten Handel drijvende, en zo weinig uitgeevendë, in ftaat wastotverbaazende verrigtingen: doch, welk een vreemd vertoon! een Volk , dat floffe tot Weelde en Overdaad aan alle andere Volken vcrfchafte , nam weinig voor zichzelven. De Vreemdelh* gen zagen de Weelde der Hollanderen niet dan in voorwerpen, waar in dezelve behoort doorteftraalen, in Werken , ten algemeenen nutte en tot cieraad aangelegd. Allerverbaazendst was het ftigten van kostbaare Gebouwen, terwijl men de kostbaarfte

Oor

Staat»»

Regib*

Sluiten