Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84 GESCHIEDENIS

STAATSRXGEEttlNG.

ncien liet Kasteel , en twee Fregatten daar boven. Aan wederzijden van de Keten , op het Land, waren twee Batterijen , ieder van acht Hukken, waar in een groot getal Muskettiers lag , uit het grof en klein géfchut een onophoudelijk vuur maakende. De doortocht fcheen onmogelijk, en men begon tewanhoopen aan 't volvoeren van het hoofdvoorwerp deezer onderneeming. In deeze verlegenheid boodt Capitein Jan van Brakel, dien eigen morgen in hegtenis gezet over het doen aan land gaan eeniger Matroozen, zich aan, om met zijn Schip den Weg ter overwinninge te baanen, indien men hem ontfloeg: door eene dappere daad zogt hij de fchande zijns misdrijfs uitteWisfen. Men aanvaardde dit. De ortverfchrokkene van Brakel zeilde met zijn Fregat, één der flegtfte uit de Vloot, de andere Schepen voorbij, en naderde het vuur der vijandlijke Batterijen en Schepen, zonder een fchoot te doen. Wanneer hij tot de Keten genaderd was , brandde hij lós op een groot Fregat, klampte het aan boord, en veroverde het als in een oogenblik. Jan Danielszoon van de Rijn, een Brandfchip aanvoerende, zeilden, zo eenigen willen , de Keren aan ftukken (*), en ftak een Engelsch Oorlogfchip in brand. Drie anderen

(*) Anderen willen , dat de Ketën losgemaakt wierd door eenige Ma'troözen, op last van den Schout bij Nagt David Vlug, san land gegaan, en dat één der ijzeren Bouten , aan welks zij «ast was, nog te Enkhuizen , ter gedsgtenis van dit ftout beflaan, bewaard biijfr. t

Sluiten