Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 85

deren ondergingen op die eigende plaats het zelfde lot: de'Royal Charles, het grootfte en beste Schip der geheele Vloote, werd verlaaten, en van weinig Booten genomen ; in 't zelve tekende de Wit t , dien eigen avond , nog eenjge Brieven aan hunne Hoogmogenden, verflag behelzende van de overwinning.

De volgende dag was weer en wind gunstig , om den zo gelukkig begonnen aanflag verder doortezetten, en vier groote Koningsfchepen, die hooger op lagen , te vernielen ; doch men moest het Kasteel Upnor, waar uit onophoudelijk met zwaar gefchutgefchooten werd!, voorbij, en de 'Rivier was te dier piaatze nauw. De Kuiter maakte fchikking op alles , en men volbragt zijne bevelen , hoe gevaarlijk ook. Dan hij liet de zijuen in geen gevaar, 'tvvelk hij zelve fchuwde: toen eenige Branders, onder het fcblieten uit 'de Oorlogfchepen op het Kasteel, voorbij zeilden , fprong hij in eene Sloep. De Ruwaard , dat ziende, vroeg, waar hij heen wilde ? Ik zal, was zijn antwoord,, gaan zien, hoe 't ons Volk daar zul tnaaken; en de Ruwaard daar op: Ik zal u dan vergezelschappen. Zij voeren-zamen derwaards. Waarop de Ruiter dén der Brandeis aanvoerde, en order gaf, hoe hij 't zou aanleggen. Dit daagde zo gelukkig, dat drie der grootfte en weerbaarde Schepen van geheel Engeland , elk tachtig du'kken gefchuts voerende , tot het water afbrandden : het vierde ontfnapte ter nauwernood het gevaar. De Hertog van York. en de Hertog van Albemarle;, die, geF 3 lijl

StaatsRegee-

RING.

Sluiten