Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

171 GESCHIEDENIS

Staats» Regee-

RING.

ftondt hem ramp te brouwen. Holland wist niet alleen dit verzoek door eenen moedigen wederltand tegen de zes andere Gewesten te doen aftlaan ; maar de volijverige Gemeenebestgezinden kreegen hierdoor floffe, om den Prins van ftaatzugt verdagt te maaken (*).

't Was, geduurende deeze of andere raadpleegingen, dat eenige Afgevaardigden van Rotterdam, geftijfd door die van Delft en Hoorn, de Afgevaardigden van Amfterdam onheusch en dreigend bejegenden. Men fchroomde niet, hun te gemoet te voeren , „ dat deeze Stad , fteunende op haare magt en s, grootheid , de andere Leden tot onderwerping „ zogt te brengen, en den voet op den nek te zet-

ten : met bijgevoegde bedreiging , dat men ander„ maal een Leger voor de Stad zou zenden , om

haar te dwingen." Burgemeesters en Raaden, hier van verwittigd , en niet bewust , ooit iets te hebben voorgenomen , 't geen naar overheerfching fmaakte , of dat iemand der Regenten in 't bijzonder iet, tot onderdrukking der andere Leden, ontworpen, of in 't werk gefield hadt; maar, in tegendeel, zich verzekerd houdende, dat de Stad altoos gezogt hadt in befcheidenheid en zedigheid uittemunten hovende andere Leden , en meermaal , uit infchiklijkheid, veel over zich hadt laaten gaan, befloten , zich gevoelig te toonen over den hoon, eene zo aanzienlijke

(*) Basnage, II. p. 113 — 116. Samson , I. p» 469.

Sluiten