Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Da NEDERLANDEN. 215

„ voor het toekomende tegen dergelijke beledigin„ gen (*>"

Wij mogen vrijlijk vastftellen , dat in Engeland niets verzuimd werd , 't welk dienen kon om het Volk tegen de Ferèénigde Gewesten te verbitteren, en dat Leugen en Laster zameni'panden. Misfchien voerde deeze de taal van den Bisfchop Parker, waardig , om der verdraaidheids wille , hier opgehaald te worden. Hij hieldt ftaande: „ Dat 'er „ geen Regt van Verbond tusfchen het Volk van En. „ geland en de Hollandet s was. Dat zij geen regt,, vaardig en wettig Gemeenebest uitmaakten. Dat „ het eene fchuilplaats van Struik- en Zeeroovers „ was. Dat deeze Natiën natuurlijke Vijanden wa„ ren. Dat de Hollanders geduurige Oorlogen zou„ den hebben tegen de Engelfehen, zo door hunne „ natuurlijke geneigdheid , als om de winst, die „ deeze inhaalige Gierigaarts voornaamlijk zoeken. „ Dat dit verwaande Volk, het oude Rome willen„ de navolgen, na de heerfchappij der g.heele Wc „ reld ftonlr. Dat het een gerüimen tijd hadt ge„ jookt na den Handel der ganfche Aarde ; en dat, „ ae Koning van Engeland zich hadt verzet tegen „ hunne onmeetlijke heerschzugt. Dat, als zij de „ Engelfehen hadden overwonnen, zij deheerfehap „ pij der Zee zonder Mededinger zouden bezitten; „ en, meesters van de Zee zijnde, het welhaast van

„ de

O Hêli. Merc. 1672. W. 117. Ludlow's Mem. W» p. 20a.

O 4

Staats-

R.ege2r1hg.

De En-

gelfchen tegen de h'eilanders op-gehjtst.

Sluiten