Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 260

volmagt behouden moest, om zo veel te bedingen, als hij kon, en op de best mogelijke wijze met Frankrijk fluiten. —■ Bleef Leyden zichzelven gelijk in gereedheid tot overgaave, Amfterdam bleef niet min ftandvastig in het weigeren. Men wil, dat in den Raad dier Stad veelen tot de handeling begonnen te neigen; maar dat twee Burgemeesters, die inVaderlandlievenden ijver boven allen uitftaken , de waggelenden tot ftaan bragten , door de„ bedreiging , dat zij de venfters van 't Stadhuis zonden openen , cn het Volk, in menigte rondsom hetzelve vergaderd, toeroepen , dat men hen verraadde. . De Afgevaardigden verklaarden in de Vergadering der Staaten van Bolland, te wenfchen, dat nooit over de handeling met Frankrijk geraadpleegd ware. Verwarring en moedloosheid was daar uit gereezen. Kans tot red ding bleef 'er over , indien men flegts moed hadt Ondraaglijk was Frankrijks eisch : met dien te aan 'vaarden fteïde men zich bloot aan nog harder eifchet van Engeland. Geen voorbeeld vondt men , da men iets ter Generaliteit hadt doorgedreeven , teget het gevoelen van alle de andere Gewesten, en da Bolland lafhartig alleen zou handelen, liep aan tegei de Unie. Best was het , de handeling , onder he een of ander voorwendzel, aftebreeken. Van Beu ninoen voegde 'er bij, dat de zaaken nog teherftel len waren; dat alle Vorsten van Europa belang had den bij onze behoudenis; dat men nog met Engelanc handelen kon , waar toe ons belang thans fterke

drong

StaatsRégeë-

ring.

t

t l

E t t

l

: 5

Sluiten