Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5iö GESCHIEDENIS

Willem

de UL

Het herroepenvan het Eeuwig Edict den Staaten vsn Hollandvoorgefteld.

Steden van Holland , en derzelver Afgevaardigden, in den jaare MDCLXVII, beloofd hadden , nooit eenigen voorflag , eenigzins daar mede ftrijdig , te zullen doen. Rotterdam was , onder alle de Steden > die nu befloten hadden den Prins tot Stadhouder, ftrijdig met dit Edict, te verheffen, de eenigfte, die beloofd hadt, ter dagvaarte daar van een voorflag te doen. Naa dat de Leydfcke Penfionaris BuPvGersdijk, die, in afweezigheid van den Raadpenfionaris de Witt en den Penfionaris Vivien , de Vergadedering waarnam, in 't midden gebragt hadt: „ Of 95 men aan eenige Leden geene vrijheid behoorde te geeven, om iets voorteflaan, daar zij verftonden „ 's Lands welvaart aan te hangen , al ware het „ fchoon , dat het voorflaan daar van ftreede met „ eenige Ediftale Wetten of vastgeftelde Befluiten?" en zulks met ja beantwoord was, terwijl elk begreep waar deeze vraag heen wilde ; ving één der Rotterdamfche Afgevaardigden op deezen ingewikkelden trant aan , „ dat hij, van wegen zijne Stad , iets „ voortedraagen hadt, daar 's Lands welvaart aan 5, hing, en 't geen nogthans de eer , hetgeweeten, „ en de uitdruklijke Staatsbefluiten verboden voor„ tedraagen , ten ware hier toe bijzonder verlof „ werd gegeeven." — De Edelen oordeelden, dat men zich nader moest verklaaren. — Dordrecht

ftemde het verzoek af. Haarlem , in tegendeel,

dagt, dat men het moest inwilligen. ■—■ Delft wilde eerst verflag doen. Leyden ligtte het masker af; verklarende, hoe elk wel merkte , dat men

de

Sluiten