Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

328

GESCHIEDENIS

Willem

DE III.

Baldadigheden,omtrent Cornelu de Witt gepleegd, en toeleg op zijn leeven.

Cornelis de Witt , op den vierentwintigflen v3n Zomermaand , om onpasfelijkheid aan zinkingen, met verlof der Staaten, uit de Vloot na Dordrecht gekeerd, vondt de Stad in geweldige opfchudding. Terwijl de Staaten de Ruiter bedankten, en preezen over het volvoerde ter Zee in een llag , waar in de Ruwaard zo vee! dapperheids betoond hadt, zwoeren zijne Medeburgers hem den dood. Eenige weeken geleden , hadden zij de beeltenis deezes Mans, bij welke de roemrijke Tocht na Chat tam ten voeglijken cieraade diende, van het Stadhuis gehaald, verfcheurd , de ftukken rondsom de Hoofdwagt der Schuttertje , en 't uitgefneeden hoofd aan de Galge gefpijkerd. Toen wilden zij hem in perfoon ten lijve : weinig tijds naa zijne t'huiskomst, kwamen vier onbekende perloonen , 's avonds ten elf uuren , aan zijn huis.*, met verzoek om hem te fpreeken. De oproerigheid, in de Stad woelende, en 't vertoon van onbekenden op zulk een onvoeglijk uur, verwekie vermoeden Van èen (linkfchentoeleg .- men zogt ze aftezetten met te zeggen , dat de Witt ziek , en niet te fpreeken was. Het geweld , waar mede zij in 't huis zogten te dringen, bevestigde het vermoeden des moorddaadigen toelegs: dan de Burgerwagt, van't Stadhuis gehaald, deedt de geweldenaars zich wegmaaken , en redde, voor dien tijd , het leeven des Ruwaards , 't welk de Boeren van het Eiland Voorne ook zogten, en, uit verregaanden overwerkenden haat, eenenCommis

had-

Sluiten