Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 335

voegd, en hoe hij dit altoos gedaan hadt ten opzigte van de uitftrooizels en blauwboekjes, tot krenking van zijn eigen naam in den Lande , met eehé toomlooze ongebondenheid verfpreid , fchreef hij, „ dat hij niet twijfelen mogt, of de Witt hadt zo „ veel zorg voor het Leger gedraagen, als naar tijds-

gelegenheid hadt kunnen gefchieden; doch dat dë s, menigte der dagelijkfche bezigheden hem verhin„ derd hadt, nauwkeurig naategaan , wat aan het „ Leger zou mogen ontbroken hebben, en aan wien

het gehaperd hadt, dat dit gebrek niet naar be„ hooren mogt vervuld geweest zijn. Wat de perV 5, ningen betrof, ter geheime verftahdhouding ge„ fclrikt, beriep hij zich op de Gecommitteerde „ Raaden 5 en verklaarde, dat de regtvaardiging, 9, door de Witt van hem begeerd , beter zou kon„ nen gevonden worden uit de blijken van voorzor5, ge» bij hem aangewend (*)."

Een Brief, in zulke ruimzinnige bewoordingen Opgefteld, en die terdond in 't licht werd gegeeven § ftrekte eer oni de vermoedens te doen aan- dan afneemen. Men duidde het den Raadpenfionaris zelfs ten kwaade, dat hij zich beroepen hadt op een gezag, zo lang door hem gewraakt. Men dagt, dat de ftandvastigheid eens Staatsdienaars, die 's Volks haat in de zaak van de Graaf hadt durven braveeren, begon te wankelen , daar hij de gevolgen zag der Volks -opfchuddingen, voorheen door hem aangemerkt

Q*) Holl. Merc. lêji. bl. lis.

C 4

tVlLLÈM 7E IÜ.

Sluiten