Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tim NEDERLANDEN* 337

eene vinnige fpotflreek met zijn onvermogen, om de rampen van den Staat te voorkomen.

Dit gedrag des Printen, gevoegd bij zijne weigering, om* door tusfchenkomst van zijn geaag , de burgerlijke onlusten te öillen (*), verwekte zeer het misnoegen van veele Staatsleden, die tot zijne ver» heffing geftemd hadden. Zij begonaen te mompelen, dat hij niet min ftaatszugts bezat dan zijn Vader, dat hij het vuur des opftands eer aanblies dan uitdoofde ; cn , om den naam van Dwingeland te ontgaan, zich bediende van het Volk , als een blind werktuig , om de Regeering te veranderen , en de aodanigen, die hij vreesde of wantrouwde , ten val te brengen. De Prins van Oranje kende üe Witt te wel, om zijne braafheid te durven aantasten , en was al te zeer met haat tegen hem vervuld, om hem eenig middel te verfcjiaiFên tot het krijgen van dea ouden invloed: derhalven droeg hij zorg, om,door te veel te zeggen, den haatiijken naam eens Lasteraars niet te krijgen ; doch hij zei genoeg, om deezen haatlijk geworden Staatsdienaar aan alle de bit* terheid van 's Volks woede bloottettellen.

De Witt kon nu niet langer twijfelen, of het was ait met zijn gezag. Eén zijner Vrienden hadt hem reeds getoond, hoe hij , al te verdagt en te zeer gehaat zijnde, den Vaderiande geen dienst meer zon kunnen doen , en het hoog tijd ware, zich ergens tegen 's Volks woede te bergen. Men wü, dat deeze

(*) 2ie hier boven.

C §

Willem du 111*

De Raad*

penfiom* ris lc*t zijnjAmp* Jiecfer.

Sluiten