Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NE DËRLANDEN. 347

ïn alle broederlijke éénigheld en openhartige vriendfchap geleefd te hebben: dat 'er nooit tusfchen hen een verfchil gereezen was, veel min een zo hoogloopend, dat zij van woorden tot daadhjkheden gekomen waren. Hij gaf desgelijks getuigenis van 's Ruwaards ijver, om de Vijanden , Franfchen en Engelfehen, zonder ondeiTcheid , te bevegten , gelijk hij zulks met de daad betoond hadt: ook was het hervatten van den ftrijd niet belet door 's Ruwaards toedoen, die daar toe befloten hadt, maar door den wind (*). Het getuigenis van een Man , als .de Ruiter , hadt meer dan voldoende moeten zijn, om den Ruwaard van deeze laatlte betigtingen te ontheffen ; maar de Ruiter ftondt bekend voor een Vriend van de Witten.

Men hoorde den Ruwaard ééns tegen zijnen Befchuldiger. Deëze Stioode , te vergeefsch getragt 1 hebbende te Piershil een getuigenis te krijgen van \ zijn eerlijk gedrag , vreesde, dat zijn bloot zeggen ' in Regten voor geen genoegzaam bewijs zou doorgaan : hierop boodt hij aan, tegen den Ruwaard, zich te laaten pijnigen (f). Zulks , te zeer fmaakende na de oude wijze van Regtspleegtng , door tweegevegten, vuur- en waterproeve, werd verworpen. Buiten twijfel was die voorflag den Befchuldiger ingeboezemd door 's Ruwaards Vijanden , die

. door

(*) Branbt, Leeven van de Fluiter, bl.716. (f) Vert. der Huisvrouwe en Vrienden van be Witt, bl 15.

D a

Willem;

de III,

De zaak egen dan Ruwaard 'oortge;et.

Sluiten