Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35o GESCHIEDENIS

Willem m UU

De Ru-

Waard gepijnigd.

's Volks woede onderlteund hadt , en dit moest als uit zichzelven werken (*).

Doch , eer de Gevangene daar aan werd opgeofferd, moest hij, op last van de onbillijkfte Regters, tot de partij der onderdrukkinge overgehaald , de fmert der folterendfte pijnigingen ondergaan. Zeker Heer, den Aanbrenger terzijde geroepen hebbende , beet hem in 't oor: Onnoozele Bloed ! waarom hebt gij geen moeds genoeg gehad, om alle de bijzonderheden uwer befchuldiginge ftaande te houden .? Men zou den Ruwaard den kop voor de voeten gelegd hebben, en nu zal hij 'er met een bannisfement afkomen, of de pijniging moet hem fchuldbekentenis aföersjbt. Om dit doemwaardig oogmerk te bereiken, hadden de Regters de laagheid en barbaarschheid, om tot de pijniging te befluiten. Dit middel, veel gefchikter, om de hardvogtigheid des Lijders te beproeven, dan om van fchuld of onfchuld overtuigd te worden, werd hier te werk gefteld tegen gebruik, 't welk hetzelve alleen gedoogt in gevallen, dat 'er blijkbaare bewijzen zijn van een gepleegd misdrijf.—. Op den achttienden van Oogstmaand berigtte de Cipier, 's avonds, den Gevangenen, dat hij last hadt, hem geen eeten te geeven. De Ruwaard, na de reden vraagende, kreeg geen antwoord; en vroeg daarop , bedaard: Hoe nu , zullen zij mij morgen pijnigen ? 's Anderendaags bragt men hem na de Pijn-

ka-

t (») Gedenkwaardige ftukkeu wegens^ den moord van W:tten4

Sluiten