Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

552

GESCHIEDENIS

Willem de Hl.

hij daagde zijne Regters voor Gods Vierfchaar , met betuiging 3 dat zij zeiven wel wisten, dat hijonfchuldig was. Niets kon hen in 't booze opzet (luiten. De pijniging werdt fterfcer aangezet, hij op de pijnbank uitgerekt, zijn lichaam, op drie plaatzen, met dunne touwen, vol knoopen, gebonden , en zijn hoofd tusfchen vier pennen gelegd ; maar hij bleef zo (tandvastig ais onfchuldig, en behieldt alle wakkerheid en tegenwoordigheid van geest, ja fcheen zelfs het geweld zjner Pijnigeren te trotfeeren met het ophaalen van 't begin eens Lierzangs vanHoRAtius, vol uitdrukkingen, op zijnen toelland pasfende:

„ Justum & tenacem propofui virum ,, Non civium ardor prava jubentium „ Non vultus inltantis Tyranni „ Mente quatit folida (*),"

st Welk deezen zin heeft:

Geen Dwinglands wenk, geen muitziek Volk, Geen Beul, geen foltering, noch dolk, Die op de blanke Deugd hun hart en moordpunt wetten,

Zijn mag tig, om 't gemoed eens Braaven omtezet' ten.

Ruim drie uuren duurde dit pijnigen : en, fchoon

de

(*) Horat, Carm, Lib. III. Od. 3.

Sluiten