Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S62

GESCHIEDENIS

Willem

de III.

keven te zullen laaten. Eén deezer Birgervaandels eene Compagnie Ruiters ontmoetende , toetste Verhoef de Bende met te roepen, de Prins boven! de Witten ouder! wie anders meent, die fa de Donder! Waarop zij antwoordde, het ook zo te meenen.

Dan, fchoon deeze Compagnie het dus met de oproerigen fcheen te houden, hadt de Graaf van Tilly, die 'er het bevel over voerde, zich niet door de algemeen heerfchende doldriftigheid laaten bevangen. Hij beval den zijnen, die Reeds over de plaats met de Burgers ih gefchil waren, de musketten altoos gereed tè houden, zonder egter vuur te geeven , of de Burgers moesten eerst losbranden, die ook in eene dreigende gedalte ftonden, en elkander aanhitsten, om den Graaf onder den voet te fchieten. Maar deeze zijne bedaarde rustigheid houdende te midden van het gevaar, vroeg den Burger-officieren : Of zij den Haag tot een bloedbad wilden maaken ? dat zij dan maar eerst hadden te fchieten. Zulk eene koenheid joeg hen vervaardheid aan. Zij vreesden voor de wraakneeming eeus getergden Krijgsmans. De Burgemeester eri Colonel Joan Maas, en verfcheide Heeren der Wethouderfchap, onderhielden den vooruitloopenden Verhoef in 't bijzonder, op eene ernstige wijze hem vermaanende, om zijn opzet te laaten vaaren: dan hij beantwoordde zulks met bruskheid, hen voor Verraaders fcheldende, en met het zelfde lot als dat van de Witten dreigende: hij ging, eer Verfterkt ih zijn boosaartig voorneemen , dan 'er van ütfgebragt, na de Gevangenpoort te rug.

Om-

Sluiten