Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 3^5

bijvoegende, dat zij kwamen om den Haag te plunderen. De Heeren Gecommitteerden , door deeze gerugten aan 't wankelen gebragt, konden de langs hoe meer dringende aanzoeken niet wederftaan. De Burgemeester Joan Maas, fchoon den Broederen genegen, en Jacob van der Hoeve, Penüonaris van den Haag , gingen die Heeren fpreeken, om hun de noodzaaklijkheid te toonen, dat de toegangen door de Ruiterij bezet wierden, om denroofzugdgenhoop te Ruiten. Deeze redenen hadden te min gronds, cm dat, indien de Boeren met de daad in aantocht geweest waren tot het volvoeren van een zo flinks, oogmerk, de Buvgercompagnien , toen in de wapenen , en door vrees voor eigen gevaar gedreeven , te over in ftaat geweest zouden zijn tot het verftrooijen, van een handvol opgeraapt en ongeregeld Volk. De twee Heeren Gecommitteerde Raaden lieten zich overhaalen, it zij zij voor het Grauw vreesden, of, het heimlijk oogmerk deezer zamenzwcering doorgrondende, voor 's Volks wraak dugtten, als zij zich tegen het oproer aankantten. —— Zij lieten , der-, halven, den Graave van Tilly mondeling aanzeggen, dat hij de naderende Boeren met de Ruiterij zou tegentrekken ; doch hij weigerde zijn post te verhaten zonder fchriftlijk bevel: dit kon hem tegen allen ongeval dekken , en telïens dienen , om den Heeren meer tijds tot beraad te geeven. Het werd hem ter hand gefield, getekend door van Asperen en Boschveld. Deezen Lastbrief bewaarde Tilly , en toonde ze, vervolgens meermaalen, mst deeze uit-, E 3 drukr

Willest 3e III.

Sluiten