Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3So GESCHIEDENIS

WlUEN!

m lil

Het deerlijk iot vaneenigen der Moordenaren»

1

afgevaardigd, orn uit hem te verneemen, welke middelen men zou aanwenden om de rust te herftellen, en de handdaadigcn te ftraffen, kreeg ten antwoord, dat het ituk door de voornaamfte Burgers was uitgevoerd, en men, overzulks, niet zonder gevaar, zich van firenge middelen zou kunnen bedienen (♦). Deeze raad was als 't ware eene Wet. Geen onderzoek in 't geheel werd 'c.r gedaan na de handelingen ; ja eenigen kreegen' zelfs belooningen.

Dan, fchoon zij, wegens dit gruwelftuk, deftraffende hand des Geregts ontkwamen', liep het lot van eenigen der voornaamfte Aanvoerderen dermaate in 't oog, dat het aller opmerking verdiende, en hier op. tekenenswaardig is. De Schepen Joan van Bank. hem, in Herfstmaand diens zelfden jaars , door zijne Hoogheid tot Baljuw van 's Gravenhaage bevorderd , kweet zich zo liegt in dien post, dat zijne befchermers zich zijns fchaamden. üp last van 't Hof werd hij in hegtenis gezet, ftrengelijk gepijnigd, en, in den jaare MDCLXXX, wegens menigvuldigbegaane misdrijven en vuile handelingen , veroordeeld om ontliaisd te worden. Hij beriep zich van dit Vonnis' op den Hoogen Raad, en ftierf, na verfcheide jaaren op de Voorpoorte gezeten te hebben , in die gevangenis , terwijl zijn geding onafgedaan bleef (f). —

De

(*) Gedenkw. Stukken , bi. 46. Aant. van den Pen/ion. Vivien , 22. Aug. 1672. Mf. Burket, I. p.336.

(f) Wacekaar Faderl. Hifi. XIV. bl. 179. BasnacsI. p. 37/.

Sluiten