Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44°

GESCHIEDENIS

Willem os UI.

derneemen, nu de handen ruimer , en vrijheid om den Vijand te gaan aantasten. Volmoeds werd deeze raadilag volvoerd. Men naderde een eerst wagtenden, doch voorts na de. Engelfche Kust ftevenenden, Vijand, zo dat het, den veertienden van Zomermaand , reeds laat op den dag , ten vier uuren was, eer zij denzelven konden innaaien en aantreffen. Tromp, die den voortocht hadt, weerde zich met den ouden heldenmoed tegen Sprao. De Ruiter fireedt tegen Prins Robbert , en Bankert tegen den Graaf o'EsTEéES. Dit duurde tot's avonds ten tien uuren. In deezen tweeden flag verboren de onzen geen één Vaartuig, en de Engelfehen flegts twee Schepen van weinig aanbelang. Zij durfden' andermaal, fehaamtloos, van overwinning fpreeken, daar de Nedcrlandfche Vloot de beide Koninglijke Vlooten, die, zeven dagen te vooren , op haar afkwamen , nu eerst hadden agterhaald , aangetast, vervolgd, en zo veel afbreuks gedaan , dat zij de Zee hadden moeten ruimen: want, 's morgens vroeg, wanneer men den ftrijd meende te hervatten , kon men geene vijandlijke Schepen ontdekken, zij waren na de Rivier van Londen gekeerd. Tromp gaf hier zo wel een nieuw blijk van zijnen haatdraagenden aart, als van zijnen moed, door den Vice-Admiraal Sweers , tegen wien hij eene oude veete hadt, van pligtverzuim te befchuldigen 5 doch, bij onderzoek, werd hij onfchuldig bevonden.

Ten duidelijken betoon, dat de onzen nietuitZeé geflaagen waren, gelijk men in Engeland de fpraak

Jiet

Sluiten