Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

446 GESCHIEDENIS

Willem de III.

Carel de II. verlangt «n den Vrede.

Carthago moet uitgerooid worden ; dat, eindelijk, de fierheid der Hollanderen vertrouwde op het Parlement, als ongenegen om den Koning den noodigen onderftand te bezorgen ; doch hoe zijne Maje« fieit, in tegendeel, vertrouwde , dat zij zich be. droogen zouden vinden in eene hoop, waar op zij nu eeniglijk (leunden.

Het Huis der Gemeente hadt zich niet, dan noode, laaten beweegen: het gedrag der Franfchen in den laatfien Zeedag deedt den algemeenen wederzin der Engelfehen van deezen Oorlog tot een volilagen affclirik opklimmen. Carel de II. begon te vreezen , dat hij eene volflage weigering op een nieuw verzoek zou ontvangen. De beweegenisfen , toen in Europa, ten voordeele der Ferèénigde Gewesten, aan den gang, en de algemeene onrust des Volks op het gezigt des gevaars , 't welk den Proteftantfchen Godsdienst dreigde, deeden hem de onmogelijkheid zien, om zijn oogmerk met den Oorlog te bereiken. Eenige Staatdienaars, voorheen de fterkfte aanraaders tot den Oorlog, fchaamden zich deswegen, en vreesden voor den haat des Gemeens. Zij waren de eerden , die Carel den II. mnmaanden, eenen bijzonderen Vrede met de Staaten te Uuiten , en zelfs ten dien einde den Ridder Temple na den Haag te zenden. De benoeming van dien Staatsdienaar, bekend voor een Vriend der Ferèénigde Geivcster. en van den Vrede, verwekte een algemeen vertrouweu. Om den Vorst en 's Volks trots te gemoet te komen, wijt men onder de hand te bewerken , dat

de

Sluiten