Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 45*

deedt, in plaats van zijne wapenen tegen de andere Steden van Staats-Braband te wenden, zijn Leger eenen geheel anderen mars neemen, dan hij aan 't zelve eerst voorgeichreeven hadt ; voorwendende, dat alles, van 's Hertogenbosch tot Bergen op Zoom toe, onder water Rondt; doch , met de daad, om dat hij geene rekening meer maakte op de veel vermogende afwending , welke hij zich beloofd hadt van eene fchiehjke landing der Engelfehen. Daarenboven ontblootte de Prins van Oranje i het zenden van Krijgsvolk na de Kusten niet noodig zijnde, de posten niet, op de toegangen van Holland geplaatst. Lodewijk de XIV. befioot, de Nederlanden te verhaten, als hij zag , dat de Prins van Condé en de Hertog van Luxemburg wanhoopten , iets ten voordeele van zijne oogmerken te onderneemen, zo , doordien 'er geene afwending van den zeekant gemaakt was , welke den Prins van Oranje noodzaakte zijne bezette posten te verzwakken , als om dat de Buitenlanders een beter gevoelen van de Hollanders begonnen optevatten, dan zij eertijds hadden, daar zij, met eene mindere inagt, fa Raat geweest waren, om de veréénigde Vlooten der twee grootRe Vorsten niet alleen herhaalde keeren het hoofd te bieden, maar met voordeel te bevegten. — Dewij niets kragtdaadiger medewerkt tot het bevorderer van groote oogmerken, dan het volvoeren van eenif in *t oog loopend meesterftuk, bragt het denkbeeld, \ geen zich de Vreemdelingen vormden van de mag der Staaten ter Zee, en de bekwaamheid des Prinfei

vaj

Willem de lil.

i 1

Sluiten