Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

492 GESCHIEDENIS

Willem

ee IJL

maand, en dat zij het lot zouden trekken , wie van beiden daar een begin van zou maaken : eindelijk, dat, indien één deezer Gewesten zou weigeren zijne (tukken en bewijzen bijtebrengen , hetzelve zou zijn verlteeken van het regt, om bij beUrten voortezitten, tot dat de zaak ten eenemaale zou afgedaan weezen.

II. Gelderland, Utrecht en Overijsfel zouden , eer ze tot de Unie werden toegelaaten , dezelve op nieuw moeten bezweeren : en alle de Landfchappen zouden onder eikanderen te niet doen alle de nieuwe belastingen, gefield op Waaren, GéwasfenenKoopmanfchappen, welken van het eene in 't andere werden gebragt, zonder dezelven in 't toekomende aftevorderen.

III. Dat aan gemelde drie Gewesten zouden worden wedergegeeven alle de Landen en Plaatzen, Welken voor deezen onder dezelven hadden behoord; met dit beding nogthans , dat Hólland zou behouden de Forten , die het, tot zijne bijzondere befcherming, in dezelve hadt doen bouwen , en dat men geene Huizen , of eenige andere Getimmertens, zou mogen bouwen binnen de honderd roeden van die Forten, onder ftraffe, dat ze omvergeworpen zouden worden : daarenboven , dat Holland het regt sou hebben, om de Landen van Gelderland en Up-echt onder water te zetten , wanneer het tot deszelfs behoudenis zou noodig zijn ; wijders , dat de Sluis, te Muiden gelegd, in plaats van den Hinderdam aan de Vegt 9 daé'r zou moeten blijven, zonder

dat

Sluiten