Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 493

dat Utrecht den voornoemden Hinderdam zou mogen hermaaken.

IV. Dat Friesland en Groningen de magt zouden hebben, om, ten hunnen kosten, een Fort te leggen bij of omtrent Roveen, en dat de fouverainiteit over het Land, waar op het voornoemde Fort zou zijn gelegd, aan gemelde Gewesten zou toebehooren, mits dat ze het Fort, of de Forten, zeiven onderhielden : 't welk ook plaats zou hebben ten opzigte van de Forten, door Holland in Gelderland en Utrecht gebouwd.

V. üat de gefchillen, welden mogten ontftaan 0ver de Landen, Polders, Dijkgraaf • of Waterfchappen, tusfchen de Gewesten van Holland'en Utrecht, door het Hof van Holland zouden moeten worden beliegt.

VI. Dat Gelderland en Overijsfel Holland en Westfriesland niet meer zouden ontrusten in het regt, 't welk zij altijd beiden hadden, om in de Zuiderzee en het Zwarte Water te visfchen, en dus alle buiderpaalen , onlangs gelegd, zouden moeten worden weggenomen.

Vil. Dat de veiligheid van 't Gemeenebest, voor geen gering gedeelte afhangende van de diepte der flivieren en Moerasfen, opdat de Vijand langs die wegen niet zou kunnen indringen, Gelderland , Utrecht en Overijsfel niet zouden mogen beletten het verdiepen van den Nederrhijn en Tsfel, of het onder water zetten eter Moerasfen. Dat, ten dien einde jaarlijks eenige Gelastigden uit den Raad van Staa< N 3 t<

Willem de lil.

Sluiten