Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 501

kwaamheid van den Raadpenfionaris Fagel (lijfde hem in die eerzugtige gedagten. Deeze hadt in de Regeering te Nicuwmegen een Broeder, Nicclaas Fagel , als mede een Zwager, Willem van Hoekelum , beiden van groot aanzien ip de Stad. Coenraad Klerk , Schoonzoon van van HoekeluMj was Secretaris der Staaten van' het Quartier, eén Man van een fcherpziend verdand , beleefden ommegang, een inneemend character , en alleszins afgerigt op de kunstgreepen , om het Volk te believen. Deeze drie Heeren hadden met den Raadpenfionaris, die, onlangs, met verlof der Staaten van Holland, een reisje na Gelderland gedaan hadt, het gevaarlijkfte plan voor de Vrijheid van het Vaderland beraamd. — Klerk bediende zich van het voorregt, 't welk het gezag van zijnen Begunstiger, zijne eigene verdiensten, zijn ampt en charafter hem gaven , om eenen afltand van onaïhangüjkheid te Wege te brengen. Hij Relde der Ridderfchappe voor „ den ilegten ftaat der Geldmiddelen van het „ Gewest, door den Oorlog uitgeput, en'hoe veel „ voordeels men zou kunnen vinden in 's Prinfen „ befcherming, indien het hem behaagen mogtc de 53 opperde magt over Gelderland te aanvaarden." Heimlijk gaf hij, zo men wil, den aanzienlijkden te verdaan , „ dat het noodig was hier toe fpoedig te „ beduiten , indien men van Holland niet vootko. „ men wilde worden." Andere Zendelingen maakten dien voorflag fmaakjijk» bij de Quartieren Zutptien en Arnhem. De Edelen leenden een gereed

oor;

Willem Dn 111.

Gelder* land wil den Prins het Oppergezagfchenken, en draagt het hem op.

Sluiten