Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wir.r.EM ba III.

504 GESCHIEDENIS

pleegen op den negenden vnn Sprokkelmaand , en dus twee dagen laater dan Utrecht het reeds gemelde befluit genomen hadt, De Edelen oordeelden, dat zijne Hoogheid die aanbieding niet van de hand moest wijzen. De Steden verfchildcn wijd en breed van elkander. Haarlem , Delft, Leyden , Amfterdam , Enkhuizen en Monnikendam freroden duidelijk voor ontraading : Dordrecht, Gouda , Rotterdam, Gornichem, Schiedam , Schoonhoven, firiefe, Hoorn, Edam en Medenblik, in tegendeel, neigden om zijne Hoogheid daar toe aanteraaanen: Alkmaar en Purinerende verdonden, dat men het niet afraaden moest , maar aan 's Prinfen eigen verkiezing laaten. Vreemd, in de daad, dat ,de Edelen, wier luister min of meer verdoofd wordt onder eene éénhoofdige Regeering, en zulke Steden , die voorheen Sterkst op de behoudenis der oniïfhanglijkheid en hoogheid der Gewesten gedaan hadden, toen voor de aanraading (temden ; terwijl de Steden , onlangs 't meest ijverende voor de verheffing van den Prins toen het aanvaarden der opperde magt ontrieden. Doch de Edelen hebben veel van 's Vorsten gonst w wagten: en eenige Steden wilden, het geen zij in 't begin daar van te kort gefchooten waren, nu misschien vergoeden; terwijl anderen, deeze zaak dieper inziende , de Vrijheid in gev.iar, en het hoog tyi oordeelden, aan de verdere vergrooting.van den Prins de hand niet te leenen. Men liet zijne Hoog, ieid , die zich zeer onverfchillig aandelde, bij ee^ ïen Brief kennis van 't verfchilJend gevoelen der Leder»

Sluiten