Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53 S

GESCHIEDENIS

Willem

•db III.

moest hij, ondanks de dapperheid zijner Knegten 9 en het hevig vuur, 'fweft hij langen tijd op de Stad gemaakt hadt, op het einde van Oogstmaand van dit beleg afzien. Veel bloeds was 'er van de eene en de andere zijde geftort. De Staaten verlooren , onder anderen , den jongen Rhijngraaf, wien het bevel Over de Plaats, welk eertijds zijn Vader gehad hadt, door den Prins was toegezegd. Hij was met den Prins in het heetst der aanvallen tegenwoordig , en bekwam eene wonde in het rechterfchouderblad, waar aan bij fchielijk overleedt. Zijne Hoogheid was ook., doch ligt, in den arm gekwetst geworden (*). — Het ophreeken van dit beleg was den Franfchen eene hoogstaangename gebeurtenis : zij vreesden zeer, dat de Prins hier zijn oogmerk zou bereiken, en dus het Vredeswerk vertraagen, ofaan =t zelve eene geheel andere gedaante geeven. De Afgevaardigden des Konings van Frankrijk te Nieuwwegen fchreeven, den eenentwintigden van Oogstmaand , aan Pomfone : „ Indien de Staaten Maas„ iricht inneemen, zullen zij onhandelbaar worden^ „ en zich niet meer met de Vredehandeling <bekreu„ rien , of 't moest weezen om de Spaanfchen te ,, doen herkrijgen, 't geen zij in den Oorlogverloo„ ren hebben."^ Den ?.chtentwintigften van die zelfde maand , en dus eer zij onderligt konden zijn van

het

(*) d'Estdades , VII. p 131,146.162. Re jol. Heil. 1676. bl.j-8. Dasiel, Journal, p. 135. Heil, Merci 11676. bl. 61,79,103,131, 134.355' 162.

Sluiten