Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

542 GESCHIEDENIS

Willem m UI.

de: en, overgehaald door de voorflagen van Frankrijk, konden zij niets inbrengen tegen den Vrede ; maar gevoelens van erkentenis, en de begmzels eener gezonde Staatkunde, lieten hun niet toe Bondgenooten te verlaaten , aan wier bijlland zij hunne behoudenis te danken hadden. De Prins van Oranje , wiens gezag zo veel vermogt in alle raadpleegingen van Staat, brandde van zugt tot Krijgsroem , en praalde gaarne aan 't hoofd eens Legers , van 't welk hij zich veel beloofde.» Onder verfcheide voorwendztls, hadt hij, geduurende den geheelen Veldtocht , vermijd met den Ridder Temple te fpreeken : en , toen de Krijgsbenden de Winterlegeringen betrokken hadden, verklaarde hij in 't eerfte gefprek met dien Staatsdienaar, dat, zo lang men Frankrijk geen gèvoeiigen neep hadt toegebragt, het ijdel hoópèn was redelijke voorwaarden te verwagten, en dat dus de onderhandelingen niets betekenden.

't is waar, om gunstige voorwaarden van Frankrijk te bedingen, moest de trots van dat Rijk vernederd , en de kragt van 't zelve verzwakt worden; doch ten d;en einde was het noodig', dat de Bondgenooten beter zamenftemden. Schoon zij eene bemiddeling, anderzins verdagt, niet konden van de hand wijzen, ging de onderhandeling , door de ongefchiktheid der bemiddelende Mogenheden , traaglijk voort. Lord Berkelei, de Ridder Temple en Jenmns waren de Engelfcne Staatsdienaars, tbl dat werk befremd. De Hollanders , die na den Vrede haakten, lieten zulks niet blijken. Lode%ijk de

XIV ,

Sluiten