Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<?fi GESCHIEDENIS

de Staaten en den Prins van Oranje te venmaanen tct vreedzaams gedagten , en om de Stad Amfterdam te verfleTken in haare meening, hieldt vanBeïuningen een gefprek, re zeer gefchikt, om ons deezen Staatsman in zijne begrippen te doen kennen, dan dat wij het hier geene plaats zouden vergunnen. Hij hieldt den Gezant voor, „ dat de Stad gaarne zag, dat de „ Keurvorst haar gedrag goedkeurde, en haar wilde „ onderfteunen; dat de Prins van Oranje ten onreg„ te op haar verfioord was , alzo zij, ziende dat zii„ ne Hoogheid zicbzelven en den ganfchen Staat in „ 't verderf ftorten zou, hem , zijns ondanks, be„ houden wilden. — Men bedroog den Prins van

alle kanten. Spanje was hem drie millioenen „ fchuldig, op welke fcbuld men eenige penningen „ betaald hadt. De overigen hadt men hem beloofd „ te voldoen. Op deeze belofte verliet zich zijne „ Hoogheid, fchoon elk wist, hoe zeer het Spanje „ aan Geld mangelde. De Spaanfchen hielden den „ Prins dagelijks vercierde tijdingen uit Frankrijk „ voor. Zij zeiden hem, dat des Konings fchatkist „ ledig was; dat hij eenen afkeer hadt van den Oor„ log; dat hij voor den Prins vreesde ; en dat men „ alles van hem verwerven zou, zo men hem flegts „ de tanden toonde. Doch hij (van Beuningen) 3, meende, dat de Franfchen zeiven zulke dingen „• uitftrooiden, om Spanje en den Prins te mompen.

't Ontbrak den Prinfë ook niet aan Vleijers , die „ hem inboezemden, dat zijn vernuft alleen in ftaat „ was, om Frankrijks oogmerken te verijdelen. De

j, Prins

Willem ba 111.

Sluiten