Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 287

zich dus ten eenemaale uitputten , en in 't geval kunnen komen, om de gunstigfte voorwaarden eens afzonderlijken Vredes, hun aangebooden, van de hand te wijzen. Ten opzigte van het tweede brag'en zij in't midden, dat zulk'eene algemeene prijsverklaaring alle handeldrijvende Volken, die onzijdig en buiten den Oorlog bleeven, reden vau het hoogfte misnoegen zou opleveren, als rechtdraads ftrijdigmetde gellotene Verdragen.

In beide de gevallen leerden zij welhaast, hoe weinig hun inbrengen te beduiden hadt. Zij fpraken 'er den Koning over, die, op het hooren van (tellingen , regelrecht ftrijdig met zijne oorlogzugtige beginze. len, de dus lang geveinsde onzijdigheid niet kon bewaaren: hij hieldt (taande , dat Mogenheden , zo nauw verbonden, zich*niet, naar elks welgevallen^ konden ontdaan van den last des gemeenen Krijgs. De Afgezant Witsen doorzag 's Konings toeleg, en drukt het zeer wel uit, als hij fchrijft, „ dat Wil„ lem zich op den Throon van Groot-Brittanje „ dagt te handhaaven door het Geld en het Volk der „ Staaten, en hen zolang in den Oorlog te hou„ den, als Frankrijk Koning Jacobus zou willen „ onderfteunen." ■— Zij klaagden , vervolgens, over 't regt, het geen de Engelfchen.ziek dagten aantemaatigen op de Prijzen , door Staatfche Schepen genomen, en in Engeland opgebragt, fchoon bij de jongfte overéénkomst uitdruklijk vasrgelteld was, dat van alle opgebragte Prijzen geoordeeld zou worden door de Admiraliteiten , onder welken de Neemen

Willem de III.

Sluiten