Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2S8 GESCHIEDENIS

Vv ïLLEM de III.

mers behoorden, 't zij in Engeland, 't zij in de Veréenigde Gewesten. Veelvuldige Vertoogen, ingeleverd tegen deezen Verdragfchendenden handel , en 't benaderen van Schepen door de Engelfchen op verdichte Overdragten , waren'van geene bèduidenis: en 5 naa een uitftellend antwoord des Graaven van Nottincham, dat men zou zien of de zaaken bijteleggen waren, volgde een volfirekt weigerend van dien Staatsdienaar , begreepen in deeze fterke uitdrukkingen : De Witten zijn hier boven de Verdragen. De Koning maakt Verdragen ; doch kan ze niet tegen de Wetten maaken. Hier is eene Wet, dat wij alle Schepen , die wij in onze Havens vinden, kunnen aanhouden , en te regt feilen. Eene Wet, welke zij uitvoerden ook omtrent Schepen vari Ohzijdigén en Vrienden.

De Staatfche Afgezanten drongen op de vrijheid des Handels; maar Engelenburg en Dijkveld lieren zich eerst overhaalen , om geene Schepen , op frankrijk bandelendé, te ontzien. Odijk viél hen ■roe, om den Koning te ontzien. Witsen en vam Ci'iters. hunne ftreng ftijf houdende, werden met; den nek aangezien. De eerstgemelde , bij gelegenheid van hét neemen eens Schips , met Teer gelaaden , beweerende , dat Teer niet onder de contra» banden behoorde, moest hoeren , „ dat zijne aan6 »-> merking zot was ; cfi dat het wonder ware , dat s, hij niet beter wist; doch het bleek klaar , dat de ü Zeelieden geene Staatkundigen waren." Koning Willem dwong hem tot het tekenen 3 dat men alls

Scha-

Sluiten