Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Willem

DE III.

31a GESCHIEDENIS

„ nig hoop , dewijl deeze Lieden mij toefchijnen ,, een vast befluit genomen te hebben, om het ge,, zag des Stadhouders te knakken ; en anderzins „ ook mijne Hmgduurige verkeering met hen mijge„ leerd heeft, dat ik weinig op hen kan vertrouwen, „ als het hun belang geldt. — Bewerk dan , zo „ veel in u is , bij de Staaten , dat zij mij, in 't „ naderend voorjaar, indien zij kunnen , verfterking

van Hollandsch Krijgsvolk zenden , om te dienen „ tot het vermeesteren van de rest van Ierland.

Vertoon hun op 't fterklte, niet zo zeer ten mij„ nen opzigte ; want dat zou verdenking kunnen

baaren; als wel ten opzigte van den Oorlog, waar „ in zij tegen Frankrijk zijn ingewikkeld : dat ik, „ zonder dien bijftand , mijne oogmerken niet zal „ kunnen bereiken , en deeze onderneeming geluk„ kig voltooijen. Breng hun onder 't oog , dat ik „ ze op mijne kosten zal onderhouden , dat is bij „ hen, gelijk gij weet, het kragtig tovermiddel.

„ Beduur, middelerwijl, dit alles met allebehen„ dightid; want, drijft gij te fterk, dan zijn zeag„ terdegtig genoeg om te gelooven , dat ik die ver„ . fterking van Volk eer vraag , om mij meester te „ maaken van hunne Krijgsmagt, en hen aan mijnen

wil te onderwerpen, dan om den tocht van Ierland „ te voleindigen. —. Schoon ik mijne maatregels „ genomen heb, om Krijgsvolk uit Duitschland te „ krijgen, kan ik dat uit Holland niet dan zeer be„ zwaarlijk nfsfm: zonder 't zelve zou ik, daar de

Koning van Frankrijk zich gereed maakt om na

„ Ier-

Sluiten