Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 351

gezegd hebben, dat elk Hollander gevoelig deel nam in den luisterrijken rang en de magt , welken ^hun Stadhouder verkregen hadt. In de dronkenlchap der vrolijkheid dagten zij 'er niet om , dat zij 'er niet in deelden, dan tot goedmaaking der kosten (*).

's Konings aanfpraak bij de Staatn was zeer opmerklijk, en liep op deezen zin: „ Dat hij, de laat „ fte reis van hun affcheid neemende , hun bekend „ gemaakt hadt, hoe hij van zins was na Engeland „ overtefteeken, om dat Rijk te redden uit de ramj, pen , waar mede het gedreigd of reeds gedrukt ,, werd. Dat de Voorzienigheid ook in zo verre „ zijne poogingen gezegend hadt, dat het Volk hem ,, de Kroon der drie Rijken hadt aangebooden; een „ Kroon, door hem aangenomen, niet uit onmaati-

ge Staatzugt , des moge God hem getuige zijn, „ maar om den Godsdienst, als ook den welftand „ en rust der drie Rijken, te bevorderen , en de Bond„ genooten , vooral de Staaten, te beter te kunnen „ bijflaan tegen de Franfche overmagt. Dat hij wel „ gewenscht hadt, dit eerder te hebben kunnen „ doen, maar dat de üaat zijner zaaken in Ierland „ zulks niet hadden kunnen gehengen. Dat Ierland „ nu in eenen beter toeftand gebragt was , 't welk „ hem hadt doen befluiten , om herwaards overte-

fteeken, niet (legts om met de Hooge Bondgenoo„ ten :e raadpleegen over de beweegingen van den „ aanllaandeu VeldLocht, maar ook om zijn beroep

„van

£») Europ. Merc. Jan. Maart 1691, bl. 110. 147.

Willem

de III.

's Konings ainfpraak bij de Staaten.

Sluiten