Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 531

Staaten van dat Gewest vertrouwden, dat die der andere oppermagtige Gewesten hun voorbeeld zouden volgen, en in de eifehen des Raads van Staate bewilligen: ten welken einde zij verzogten, dat aan de Gewesten mogt gefchreven , als mede dat Gelderland en Zeeland, diehaare aandeelen niet opbragten, mogten bezonden worden (*).

Deeze poogingen der Staaten van Holland, om de andere Gewesten tot het opbrengen van hunne aandeelen in de gemeene lasten te beweegen, naderhand dikwijls herhaald, wijzen uit, hoe zij, naa den dood des Stadhouders , dit gedeelte des Stadhouderlijken werks op zich namen. De Raadpenfionaris , die bij deeze gelegenheden het woord voerde, herkreeg het aanzien , door het Stadhouderlijk gezag verlooren; en Holland , het magtigfte en rijklle Gewest des Bondgenootfchaps, In de Vergadering der Algemeene Staaten, dat overwigt , het welk 't zelve altoos hadt ten tijde eener Stadhouderlooze Regeering.

In Slachtmaand des jaars MDCCIU, hadt de Raad van Staate in bedenking gegeeven, of men niet behoorde te befluiten tot het verkiezen van eenen Ca pitein-Generaal ? De voornaamste Gewesten betoonden hier toe weinig genegenheids. De Staaten van Friesland oordeelden , dat Jan Willem Friso niet alleen tot Generaal van het Voetvolk zou worden aangetield, maar ook met eenen rang boven de

an-

(*) Lamberti, Tom. II. p. 327. VUI.Deel.aSt. R

Willek* de UI.

Gefchillen over de bevorderingendes Prinfen van Oranje.

Sluiten