Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tJER. NEDERLANDEN. r43

ïltoos afitand gedaan van deeze waardigheid, dewijl hij vernam, dat zulks den Staaten onaangenaam zou zijn, waarom hij 'er ook voor altijd van afzag. De Hertog deedt deeze fterke betuiging : „ Indien men „ mij in Holland het Stadhouderfchap aanboodt, [, bij God en mijne verdoemenis ! ik zou het van de „ hand wijzen. Ik weet wel, waar van men mij „ verdagt houdt; doch men bedriegt zich zeer ten „ mijnen opzigte. Ik zoek niets , dan een goeden }3 en duurzaamen Vrede , waar naa ik na mijnent „ denk te keeren. Zo 'er, intusfchen , een Land„ voogd in de Nederlanden noodig ware , zie ik 5, niet, waarom ik den Staaten minder aangenaan „ zou zijn dan een ander. Maar ik verzeker u, ander „ maal, dat ik 'er niet aan denke !" Ondanks dee ze volernstige betuigingen , verzekert men, dat hi onlangs nog nieuwe opene Brieven tot het waarnee •men der Landvoogdije voor zijn leeven ontvangei

liac,t Geen wonder , derhalven , dat h

zich aankantte tegen Vredes-voorflagen, welken d Spaanfche Nederlanden in andere handen , dan di van Koning Carel , Helde. Men vondt onder d Staaten Mannen , fchrander genoeg , om de baa! en ftaatzugtige oogmerken des Herïcgs te doorgron den: van hier de gefchillentusfehen hunne Afgevaa digden te velde , hunne .Generaals en het Engelfch Legerhoofd; — van hier hunne zugt, om den Vr dehandel te agtervolgen. Hi (») Secr. Refol. Ml. 1706. VLD. bl. 444» en Leta 4e Mr. PusiKas.

StaatsRkgks«

ring.

i

i

1

i

e

e

t ■e

Sluiten