Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derNEDERLANDEN. 301

heid van zijnen last, om niet te vegten, te mogen verftaan, opdat men weeten mogt, in hoe verre men zich op de Groot - Brittannifche Troepen zou kunnen verlaaten. Ormond fchreef geen antwoord op deezen Brief (*).

De duifterheid van het antwoord der Koninginne, Okmonds ftilzwijgen, en zijne blijkbaare ongezindheid, om den Vijand afbreuk te doen , hielden de Terdenking , dat iets euvels gebrouwen was , niet alleen wakker , maar vermeerderden dezelve. Dan alle twijfel verdween, wanneer de Bisfchop van Brifiot, te Utrecht des aangefpruken, verklaarde, twee dagen geleden , fchrijvens van de Koninginne ontvangen te hebben, die zich bekkagde , dat hunne Hoogmogenheden zo ongenegen bleeven om in haare maatregelen te treeden, ten aanzien van een ontwerp van eenen algemeeneu Vrede j dat men zich niet verwonderen moest, indien zij nu oordeelde volkomene vrijheid te hebben , om afzonderlijke maatregels te neemen tot verkrijging van ernen Vrede, die meest met haare belangen ftrookte. Men bragt hier op in, dat zulk eene handelwijze firijden zou met de Verdragen. De Bisfchop hernam , dat haare Majefteit, het gedrag der Staaten, jegens haar gehouden, in aanmerking neemende, zich voortaan omflagen rekende van alle verbimenisfen aan hunne Hoogmogenden.

Prins

(•) Lamberti , Tom. VII. p. 132. Rapp. van 't geh, Comm. II. D. Bijl.N.XIV. bl. 105.

B4

Staats. Regiering.

Verklaaring der Koninginne op dit mik.

Sluiten