Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maart, STAAT EN OORLOG. 1785. a8j

De Leden der Commisfie het voornoemde Declaratoir hebbende gehoord, proponeerde de Heer van Lynden uit derzelver naam aan de Gedeputeerden , of dezeive onvermindert, en blyvende het gedaane Declaratoir in zyn geheel, zouden goedvinden op morgen met eenige Heeren uic de Gedeputeerden van de Ridderfchap ten overftaan Ier Commisfie te fpreeken, geevende vervolgens in bedenken, om ten dien einde van wederzyde eenige weinige Heeren te benoemen. De Gedeputeerden van de Steden op hun verzoek een ogenblik afgetieedeu en weder binnen gekomen zynde , communiceerden aan hun Edele Mogende,

Dat zy Heeren Gedeputeerden in den haare gedelibereert hebbende op de Propofitie zoo even door den voorzittenden Heer van hun Edele Mog. gedaan , om op morgen door eenige weinige Gedeputeerden uit hun midden , ten overftaan van hun Edele Mog. te willen bywoonen eene conferentie met eenige weinige Gedeputeerden uit de meerderheid der Ridderfchap , om alsdan aan te hooren, en onderling te confereeren over zoodanige nadere Propofitien , als door huu Edele Mog. aan Parthyen mogten worden voorgefteld; zig verpligt vonden , daar op in antwoord aan hun Edele Mog. te declareeren, dat zy Gedeputeerden onder inhaalie van het Declaratoir zoo even aan hun Edele Mog. over gegeeven, aan hun Ed. Mog. moeiten rememoreeren, dat zy Gedeputeerden in alles ten ftriér,Ren gebonden aan den uitdrukkelyke last hunner Principalen , buiten ftaat waren eenige Propofitiéh J van welke kant ook gedaan , te kunnen accepteeren, of zelfs daar omtrent in eenige particuliere onderhandelingen te treeden , die zouden kunnen Rrekken, om eenige accesfie van de

Ste-

Sluiten