Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vau de H. Schriftuur. 49 myn Oor heeft een wynigsken daar van gevat. Cap. 32: vs 14, 15. Nu en heeft hy tegen my geene woorden gericht, en met u lieder woorden, en zal ik hem niet antwoorden. — Zy zyn ontzet, zy en antwoorden niet meer. zy hebben de woorden van zich verzet. — en Cap. 42: vs$ — 7. Met het gehoor der ooren hebbe ik u gehoort: maar nu ziet u myne oogen. — het gefchiede nu, na dat de Heere die woorden tot Job gefproken hadde, dat de Heere tot Eliphas, de Themanieter zeide, myne Toorn it ontfleeken tegen u, en tegen uwe twee Vrinden; want gy lieden hebt niet recht van my gefproken, gelyk myn knegt Job.

4. De vierde rede, waarom deze bevelen, van God mondelyk overgeleevert aan de Vaderen, zuiver konden bewaart worden, is, dat de Liften des Satans minder waren, in het naarbootfen van Godfpraaken.

Hier tegen brengt men te vergeefs in, het geene wy ieezen, in de Zendbrief van Judas, vs 14. Ende van deze beeft ook Enoch, de zevende van Adam- gepropheteert; als of D daar

Sluiten