Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

56 II. Hoofdstuk

ten van Gamalièt was opgevoed, niet meer geleerdheid en Rabynfcbe redeneeringen toonen, dan de andere Apoftele,!; — het welk immers klaarebewyzen fchynen te zyn, dat de Schryvers niet geheel waren uitgeflooten, dat hunne gefteltenifTe en opvoeding, even gelyk met andere Menfchen, in hunne Gefchriften zich ten deele openbaarde.

Tegênw. De woorden van Paulus, Hand. 23: vs 5. Ik en wist niet Broeders, dat het de Hoogepriefler was, fchynen teftryden tegen de ingeeving des H. Geeft, zelfs met opzigt tot de woorden. -—

A. Men moet zich geenzints verwonderen, dat Paulus niet wist, dat hy de Hoogepriefler was, wyl hy, en lang van Jerufalem was afgeweest, en 'er dikwerf nieuwe Hoogepriefteren gemaakt werden; — Of, om dat hy nu niet op zyn plaats zat; of, met geene Hoogepriefterlyke kleederen bekleed was; — men kan de woorden ook opvatten, dat hy hem daar voor niet erkende, dewyl 'er by God geene andere Hoogepriefler was, «Jan Jejus Chriflus. — Sommigen vatten de

woor-

Sluiten