Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jlö ÏV» Hoofdstuk

*er van God, aangemerkt als een Rechtvaardig Richter , getuigt, dat zyne Ziele den Godtoozen haat. en, dat niet op eene onverfchilJige wyze: maar van Natuure, het geene het woord ie*öJ zyne Ziele, niet duifter te kennen geeft, waarom de Digter, vs 6 en 7. uit deze wezentlyke Rechtvaer^ digheid Gods, de uitftorting van zyne Toorn over dezelven afleidt. —En, om 'er dit eene nog by te voegen, Rom. i: vs 32. beftaat, volgens de leere van Paulus, hier bet recht Gods, «■< oi r« tcmt* *y«W«v7e{ «|/«» Swa'rs ihi, dat de geenen, die zulke dingen doen, des doods fchuldig zyn ; van welk Recht, zo God afftondt, zoude hy onrechtvaerdig zyn, —

2. Vergun my, hier by, twee voldingende bewyzen te voegen, een, van Gods onuitputbaare Gelukzaligheid, en geduurzaame algenoegzaamheid, en een tweede, van zyne onbevlekte Heiligheid ontleent, in welken aantedringen, wy het voetfpoor van zeker hedendaagfeh beroemt Godgeleerde, zullen drukken , (fchoon met verandering der boorden.) „. Gods

Sluiten