Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maart, STAAT EN OORLOG. 1785. 1

foluiien van 1718 en 1720, hun geene hulpe of zeekerheid geëven kan.

Als waar by dezelve tegen den aart van hunne overftemminge (die even daar door van zelfs vervald) erkennen , dat conform het begrip der Steden, in twee gevallen namentlyk wanneer een of wee Steden met eenige Ridders zaamen Itemmen, één Edelman ue coneufie kan maaken, dog dat in een derde geval en wanneer de drie Steden van eene meening zyn , een geheel derde der Ridderfchap nodig is om aan de Steden de conclufie toe te kennen.

En zulks niettegenftaande die Heeren ook vooraf beweerd hadden, dat de Quartieren met de Steden juist gelyk (tonden, en 'er dus, na derzelver eigen voonragt, geen reeden van onderfcheid tusfehen de laatfte en de voorige gevallen te vinden is, zulks dat die Heeren als het ware zig zelfs in haar eigen gaarn verwenen en de Steden in de hand werken.

Zoo alsdan ook de Steden voor zig niets anders nodig agten om het tegen, ftrydige van de meerderheid van de Ridderfchap in het heldere dagligt te (lellen, dnn om zig tot deeze nieuwe , zoo ckbillyke, geheime , by meerderheid en tegen protest van eenige hunner Leden genomene Refolutien van de Ridderfchap van 1718 en 1720, en dus het eigen pretenfe bewys van de meerderheid van de Ridderfchap te gedraagen , om te doen zien, dat dezelve uit de bewustheid van ongelyk, tot bedekte middelen voormaals hun toevlugt hebben genomen , en door ongeoorloofde verbintenisièn , van haar Corps de Steden van haare notoire Regten zoeken te ontzetten.

Zoo als dit de Heer Drost van YsfelA 4 mui-

Sluiten