Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3a jan. ZAAKEN VAN 1786.

geroerd laten , — in hope dat 'er nimmer geleegentheid veel min noodzaakelykheid zal opkomen, om zulks nader te eplucheeren — en de Regten van ons Collegie, als aan niemand, dan den Souverain, en deszelfs Geregtshoven onder gefchikt zynde te vindiceeren.

Het eenige dat wy op het verzoek in de Misfive van U Edele Groot Achtb. vervat, in dit byzondere geval hebben te antwoorden is dat het niet in ons vermogen is ons te engageeren om aan dat verzoek te voldoen, om reeden dat de geheele zaak concerneerende de gebreekige conftitutie van deezer Stads Schutterye, reeds een geruimen tyd geleeden is gebragt ter Tafel niet van ons Collegie, afzonderlyk en op zig zelve , maar van het gecombineerde Collegie, het welk uit kragte van hun Edele Groot Mog. Refolutie van 10 Augusty 1784 alhier thans fubfifteert, en waar van wy te zamen de helfte ofte eene ftem, en de Heeren Gecommitteerdens ons door hun Ed. Groot Mog. geadjungeert de andere helft of tweede evenwigtige ftem uitmaken.

Het zal U Edele Groot Achtb. niet onbekend zyn, en die Leden van U Ed. Groot Achtb. die in den voorleeden jaa» re 1784 in ons, en dus ook in het voorfz. gecombineerde Collegie fesfie gehad hebben, kunnen zig ligtelyk erinneren dat op den 17 December laatstleeden aan het evengemelde Collegie geprefenteert is een Request van Gecommitteerden van een aantal Schutteren der refpeétive BurgerCompagnien deezer Stad, te kennen gee» vende,

Dat zy in ervaring waren gekomen, dat 'er werkelyk zoude zyn ge-

Sluiten