Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

feb, STAAT EN OORLOG. 1786. aai

den mitsdien kunnen overgaan om U Ed. Gr. Mog. te demonftreeren , dat wy niet flegts van het begin onzer Commisfie in die begrippen nopens het verftand der gemelde Refolutie hebben geverfeerd; — maar dat ook allen , die eenig belang in deeze zaak konden hebben , daar ir» met ons hebben ingeftemd; ware het niet dat wy kortelyk wilden toucheeren, de argumentatien door de Vroedfchap by haare Memorie tegens onze bevoegdheid aangevoerd. — Argumentatien Elele Groot Mogende Heeren! die geene geringe bewyzen uitleeveren van de verleegendheid, waar in men zig bevindt, om het eens aangenoomen fyftema te verdedigen.

Voor- eerst, zegt men by de voorfchreeve Memorie,

Dit de intentie van U Edele Groot Mogende by het decerneeren onzer Commisfie geen. andere zoude geweest zyn, als om zig alleenlyk op eene politicque wyze omtrent de (toen) fubfifleerende oneenigheeden te doen informeeren, om vervolgens daar op nader te kunnen delibereeren en zoodanige ordres te Jiellen, als naar geleegenheid der zaake zoude mogen geoordeeld worden te behooren, zonder daar meede in het oog te hebben om hier door eenige kleinigheid aan de Regeering der Stad Rotterdam toe te brengen , of zig in eeniqen hunner huishoudelyke zaaken of bejiuur te willen im» misceeren, veel min om daar door aan de •welherbragte Privilegiën, vry-en geregtigheeden van de refpeëtive Steden, Leden van U Edele Groot Mogende Vergade» ring, in het byzonder van de Stad Rotterdam , eenige atteinte of prajuditie toe te brengen; alzoo uit die verklaaring ad oculum confteert, (Zoo als de Vroedfchap zig uitdruk")

Dal de gecombineerde Commisfie van

Uwer

Sluiten