Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aft6 feb. ZAAKEN VAN 1786,

Steden, konde getrokken worden. En het is 'er dus zoo verre van daan Edele Groot Mogende Heeren! dat het fyftema van de Vroedfchap eenig fundament in gemelde clauful of byvoeging zoude kunnen vindeB; dat in tegendeel dezelve aStt van non prejuditie een convincant bewys opleevert voor de bevoegdheid der gecombineerde Vergadering, om zig met Stedelyke en Domeftieke zaaken , te mogen bemoeien , voor zoo verre de reformes omtrent dezelven kunnen {trekken , (gelyk het geval is omtrent de redresfen der Schuttery) om de rust en het vertrouwen te herftellen ; dewyl die byvoeging of aéte van non pra;juditie , niet te pas zoude zyn gekomen, indien U Edele Groot Mogende allés, het geen ftedelyk en huishoudelyk was, aan het ordinair beleid der Collegien van Politie en Juftitie hadden willen doen verblyven en hoogstderzelver Commisfie niets dien aangaande laaten verrigten.

Van geene meerdere foliditeit , dan het argument het welke Wy thans gerefuteerd hebben, / is ons voorgekomen te zyn eene andere allegatie, welke door de Vroedfchap is gebruikt, om de bevoegdheid der gecombineerde Vergadering te beftryden. De twyffeling, namelyk,

Welke toch het oogmerk der gecombineerde Vergadering, met de door dezelve gearresteerde disfolutie der Schuttery, zoude mogen zyn —— en of de generaale extenfie (welke wy, zoo wel als Burgemeefters aan de Commisfie geeven, en die men aan een wyd uitgeftrekt en geducht vooruitzigt befchouwt) niet wel een voorbode van nog meerder en fterker voorgenoomen veranderingen by het gecombineerd Collegie in het ftedelyke huishouden en bellier der Regeering hunner Stad' zoude kunhen zyn, tot dewelke de gecombineerde Vergadering zig uit hoofde

der

Sluiten